Publicaties

Nieuwe maatregelen vennootschapsbelasting na het begrotingsakkoord 2017

Het zomerakkoord van premier Michel heeft een duidelijke socio-economische en fiscale impact. Een van de belangrijkste aanpassingen daarin is de hervorming van de vennootschapsbelasting. Daarbij kan men twee hoofdlijnen onderscheiden: een tariefverlaging en een vereenvoudiging. Maar het is zeker geen langgerekte goednieuwsshow.

De langverwachte tariefverlaging zal in twee fases verlopen. Voor grote ondernemingen, die nu nog 33% moeten afdragen, zakt het tarief in 2018-2019 naar 29%, om vanaf 2020 te eindigen op 25%. Het getrapte grenzensysteem voor KMO’s verdwijnt, en de grens wordt simpelweg op 100.000 euro gelegd. Alles onder dat bedrag wordt belast aan 20%. Ook de crisisbijdrage zakt gefaseerd van 3% naar 1,5% om volledig weg te vallen in 2020.

Nieuwe investeringen worden aangemoedigd door tijdelijk de eenmalige investeringsaftrek te verhogen naar 20% voor zowel kleine vennootschappen, éénmanszaken als vrije beroepen.

Allemaal goed nieuws op het eerste gezicht. Maar aangezien deze hervorming budgetneutraal moet verlopen, zijn er ook een aantal minder aangename ingrepen opgedoken. Zo worden er bij de minimum belastbare basis bepaalde fiscale aftrekposten beperkt tot 1 miljoen euro + 70%, wat maakt dat 30% van de winst boven 1 miljoen euro de minimum belastbare basis wordt.

Daarnaast worden KMO-vennootschappen met onbezoldigde mandaten in het vizier genomen: om in aanmerking te komen voor het verlaagd tarief voor vennootschapsbelasting, moet een bedrijfsleider een minimale bezoldiging van 45.000 euro ontvangen, tenzij het belastbaar resultaat lager ligt. Betaal je toch minder dan dat bedrag, dan is er een bijzonder aanslag van 10% op het te weinig uitbetaalde bedrag verschuldigd.

Fijne kanttekening: startende vennootschappen krijgen de eerste vier boekjaren een uitzondering op deze regels.

De machete wordt opnieuw boven gehaald bij de investeringsreserve. Deze fiscale stimulans verdwijnt integraal. Lichtpuntje is dat men vanaf 2020 deze investeringsreserves kan omzetten in belastbare reserves aan een tarief van 15% (en onder bepaalde voorwaarden zelfs 10%).

Te ver vooruit kijken wordt door de fiscus ook niet meer aanvaard. Kosten zijn slechts fiscaal aftrekbaar als ze gelinkt zijn aan een activiteit die effectief dat jaar plaatsvindt en ze volgen ook het boekhoudkundig “matching principe”. De aanleg van voorzieningen voor risico’s en kosten wordt eveneens aan verdere beperkingen onderworpen. En het opteren voor gespreide taxatie van meerwaarden, waaraan uiteindelijk niet wordt voldaan zal belast worden aan het marginaal tarief van het jaar van aanleg.

Binnenkort zal je als particulier ook een ruime keuze hebben uit tweedehands hybride wagens, zoals de BMW X5 hybride plug in. De fiscale aftrekbaarheid van deze wagens zal vanaf 2020 afhankelijk zijn van de elektrische energiecapaciteit van de wagen. Indien deze minder bedraagt dan 1Kwh per 100kg van het wagengewicht , zal de aftrekbaarheid en het voordeel alle aard vastgesteld worden op basis van hun niet-hybride tegenhanger met dezelfde brandstof.

Dit is niet de enige wijziging inzake autofiscaliteit. 120% aftrekbaarheid wordt herleid naar 100%. Brandstofkosten zullen vanaf 2020 eveneens beperkt worden volgens de CO² uitstoot. En deze aftrekbaarheid wordt samen met alle andere autokosten vastgesteld op basis van de formule 120% - (50% x CO² uitstoot), met een maximum van 100% en een minimum van 50%. Wagens met een CO² uitstoot vanaf 200 gr/km zullen slechts voor 40 % aftrekbaar zijn. Dit is ook nog niet het einde van de reeks fiscale wijzigingen:

  • De notionele intrestaftrek wordt ingeperkt;
  • Een gedeelte van een kapitaalsvermindering zal toegewezen worden op de belaste reserves en zal derhalve onderworpen worden aan roerende voorheffing;
  • Bij fiscale controles zal de effectieve belasting ingevorderd worden zonder hierop fiscale aftrekken toe te staan;
  • Meerwaarden op aandelen zullen slechts worden vrijgesteld indien voldaan is aan de participatievoorwaarden van de DBI aftrek;
  • Vanaf 2020 wordt er ook nog voorzien in een beperking van de aftrekbaarheid van intresten op vreemd vermogen;
  • De beperking van de aftrek van fiscale verliezen van een buitenlandse vaste inrichting;
  • Afschrijvingen zullen voor alle vennootschappen pro rata temporis dienen te gebeuren en het stelsel van degressieve afschrijving zou afgeschaft worden.

Afsluiten doen we wel met goed nieuws: de basisrentevoet bij voorafbetalingen stijgt naar een minimum van 3%. Kwestie van bedrijven een duwtje in de rug te geven om de overheid wat ademruimte te geven…

Voor meer info, contacteer uw dossierbeheerder of ondernemersbegeleider.